Magie
Zie het artikel 	Deze pagina gaat over magie (paranormaal). Voor magie in andere betekenissen, zie Goochelen.
Esoterie
DeeHieroglyph.gif
Westerse esoterie
Uitklappen
Esoterische vakgebieden
	
Uitklappen
Esoterische stromingen
	
Uitklappen
Esoterische teksten
	
Uitklappen
Esoterici en onderzoekers
Portaal  Portaalicoon  Esoterie
Portal.svg 	Portaal Antropologie

Magie of toverij is de vermeende kunst van het manipuleren van de werkelijkheid met behulp van speciale objecten, spreuken en rituelen op basis van verborgen krachten. Mensen die in magie geloven, zijn ervan overtuigd dat het een oplossing biedt voor problemen met bijvoorbeeld vruchtbaarheid, gezondheid, veiligheid en het liefdesleven en dat het meer controle geeft over de natuur en het menselijk leven. Magie kan net als religie en wetenschap het wereldbeeld van een bepaald volk op een bepaald tijdstip mede bepalen.[1]

Magie berust op drie pijlers. De eerste pijler betreft de magiërs, de specialisten met een speciale status. De tweede pijler zijn de magische handelingen, de in de traditie gewortelde rituelen en daarmee verbonden voorschriften en symbolen. Ten slotte zijn er de met de handelingen van de magiër overeenstemmende magische voorstellingen van de werkelijkheid, de ideeën en geloofsovertuigingen dus van de magie.

Bij magie kunnen verschillende functies worden onderscheiden. De instrumentele functie betreft het beoogde resultaat van de uitgeoefende magie, zoals het bevorderen van de jacht, de bescherming tegen natuurgeweld en het benadelen van bepaalde personen. De expressieve functie betreft de sociale waarde van de rituelen: met hun symbolische en sociale betekenissen drukken zij normen en waarden van een bepaalde samenleving uit en versterken zij de samenhang binnen de groep.

Er bestaan tal van typen magie, waarbij bijvoorbeeld hemellichamen (astrale magie) of demonen (zwarte magie) van belang zijn. Ook kan magie verbonden zijn met uiteenlopende denkstelsels (zoals de neoplatonische magie) of religies (zoals de joodse kabbala).

Magie komt wereldwijd voor sinds de prehistorie. In de westerse cultuur bestaan verschillende vormen van magie die gerelateerd zijn aan uiteenlopende tradities, aan vakgebieden als astrologie en alchemie en aan religieus-filosofische stromingen als het hermetisme, neoplatonisme en de joodse mystiek. Zeker sinds de verlichting wordt magie hier net als andere vormen van westerse esoterie meestal niet geaccepteerd als geldige kennisvorm en wel aangeduid als 'verworpen kennis'.[2] In bijvoorbeeld de oude Mesopotamische en Egyptische beschavingen was magie algemeen bekend en werd deze serieus beoefend, ook door priesters. In andere oude en hedendaagse niet-westerse culturen kwam of komt magie eveneens voor, vaak verbonden met een religie of een andere levensbeschouwing, zoals de islam, het taoïsme, het hindoeïsme, het boeddhisme, het shintoïsme en Afrikaanse vormen van pantheïsme.

Inhoud

    1 Etymologie
    2 Definiëring
        2.1 Verhouding magie–religie–wetenschap
    3 Kenmerken
    4 Doelen en functies
    5 Ontstaan en persistentie
    6 Vormen van magie
    7 Westerse cultuur
        7.1 Klassieke oudheid
        7.2 Middeleeuwen
        7.3 Vroegmoderne tijd
        7.4 Moderne tijd
    8 Niet-westerse culturen
        8.1 Midden-Oosterse oudheid
        8.2 Islam
        8.3 Chinese cultuur
        8.4 Japanse en Koreaanse cultuur
        8.5 Oud-India
        8.6 Hindoeïsme en boeddhisme
        8.7 Afrikaanse culturen
    9 Zie ook
    10 Externe links
    11 Noten
    12 Bronnen

Etymologie
Zoroaster (Zarathustra).

Magie is in de zeventiende eeuw in het Nederlands overgenomen uit het Frans, en gaat via het Latijn terug op het Griekse magikē (zie ook Mantike), de vrouwelijke vorm van magikos (μαγικός). Daarmee werden magische kunsten aangeduid. Beide Griekse woorden zijn afgeleid van het naamwoord magos (μάγος, meervoud mágoi), dat weer is afgeleid van het Oudperzische maguš.[3] Dit is de aanduiding voor zoroastrische priesters die astrologische voorspellingen deden en magische kennis hadden.

Toverij en tovenarij gaan terug op het Middelnederlandse toverie, een afleiding van tover, met de betekenis 'magiebeoefening'. Dat kwam van het Oudnederlandse *tōvar[4] en was reeds in de late middeleeuwen een zeldzaam woord geworden. Mogelijk wordt het woord vermeld in de Lex Salica (achtste eeuw). De Proto-Germaanse vorm, die ook de basis voor het Duitse equivalent is, luidt *taubarōn-. De verdere etymologie is onzeker.[5]
Definiëring

Een beknopte definitie van magie is ‘een techniek die de mens in staat stelt [...] gebeurtenissen te beïnvloeden in de subjectieve en/of objectieve werkelijkheid’,[6] door middel van wilskracht en bovenzintuiglijke krachten in zowel het individu als de kosmos.[7] Verdere verfijning van wat magie precies inhoudt hangt van de tijd en de plaats af. Men rekent er bepaalde praktijken en denkbeelden toe.

Sinds de negentiende eeuw hebben antropologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en sociologen magie onderzocht en geprobeerd te definiëren, en was het ook onderzoeksthema binnen de semiotiek, geschiedenis en letterkunde.[8] Magie is echter niet eenvoudig af te bakenen. Dat heeft meerdere redenen. In de eerste plaats neemt magie velerlei vormen aan. Ze is daarmee ‘de grootmeester van vermommingen’.[9] In de tweede plaats is magie op verschillende manieren verbonden met allerlei andere en uiteenlopende tradities. Al in de oudheid was magie gerelateerd aan religie, met haar diverse cultussen en rituelen,[10]. Ook waren er relaties met bepaalde vakgebieden, zoals alchemie, astrologie, geneeskunde en filosofie. In de derde plaats kan in het taalgebruik magie verband houden met uiteenlopende - en verschillend gewaardeerde - termen zoals hekserij, toverij, goochelkunst, waarzeggerij (divinatio) en bijgeloof (superstitio).[11] Magie en waarzeggerij delen eenzelfde wereldbeeld, maar worden soms van elkaar onderscheiden: 'wat waarzeggerij onthult, lost magie op'.[12] De scheidslijn tussen magie, religie en wetenschap is en was niet altijd even duidelijk.[10]
Verhouding magie–religie–wetenschap
James George Frazer (1854-1941).

Voor de Tweede Wereldoorlog werd magie door een aantal wetenschappers minder genuanceerd beoordeeld dan na die tijd. Lynn Thorndike (1882-1965), die met zijn lijvige reeks boeken History of Magic and Experimental Science in sterke mate bijdroeg aan de bestudering van occulte wetenschappen,[13] hanteerde nog een strakke tweedeling met aan de ene kant magie en aan de andere kant experimentele wetenschap. Voor hem is magie alles wat geen experimentele wetenschap is.[14] De binnen het vakgebied bekende[15] Britse antropologen Edward Burnett Tylor[16] (1832-1917) en James George Frazer (1854-1941) maakten eveneens een rigide onderscheid. In The Golden Bough (hfdst. IV) zette Frazer uiteen dat magie tot het vroegste stadium van de geestelijke ontwikkeling behoort, religie tot het tweede en positivistische wetenschap tot het laatste. Het zijn volgens hem drie afzonderlijke categorieën, die elkaar niet beïnvloeden en geheel verschillend zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam kritiek op deze indelingen en werden deze vaker als achterhaald, etnocentrisch en eurocentrisch gezien.[17] In het onderzoek kwam meer aandacht voor de overeenkomsten en wisselwerking tussen magie, religie en wetenschap. Magie en wetenschap zouden gemeen hebben dat beide gericht waren op het bepalen van wetmatigheden in de wereld en beide zouden meer invloed op die wereld proberen te krijgen.[18] Bovendien is er overlap. In de op genezing gerichte magie en de westerse geneeskunde gaat men uit van wetmatigheden maar spelen ook (vanuit westers oogpunt) minder rationele benaderingen een rol, respectievelijk bezweringen, gebed en intuïtie.[19] Volgens antropoloog Claude Lévi-Strauss (1908-2009), die veel onderzoek verrichtte naar culturen van 'primitieve samenlevingen', zou ook het denken in termen van causale verbanden en determinisme niet voorbehouden zijn aan westerse wetenschap maar ook voorkomen bij magie. Lévi-Strauss geeft een voorbeeld: als een graanzolder instort en op iemands hoofd belandt, dan wordt dit in bepaalde culturen beschouwd als hekserij. Men erkent wel dat instorting hoe dan ook had kunnen gebeuren door bijvoorbeeld termieten, maar dat het juist moest gebeuren toen het slachtoffer in kwestie eronder stond heeft ermee te maken dat iets of iemand juist dat slachtoffer wilde treffen. Dezelfde situatie zou vanuit modern, westers, wetenschappelijk oogpunt als toeval beschouwd worden, en niet in verband worden gebracht met het slachtoffer en magie.[20]

Het onderscheid tussen magie en religie is onscherp en hangt af wat men tot religie en magie rekent. Door Levi-Strauus is gesuggereerd dat ze elkaar aanvullen. Religie maakt de natuur bijvoorbeeld volgens hem 'menselijker', door het geloof in natuurwezens, antropomorfe goden waarmee gecommuniceerd kan worden en het toeschrijven van gebeurtenissen aan de wil van bepaalde wezens. Magie laat de mens deel uitmaken van de natuur en geeft de mens de gelegenheid daar direct op in te spelen.[21] Luck noemt in zijn Arcana Mundi. Magic and the Occult in Greek and Roman Worlds vier verschillen. Magie zou meer gezien moeten worden als een middel en religie als een doel. Ook zou magie meer dan religie verbonden zijn met manipulatie. Magie zou volgens hem meer directe, individuele behoeften dienen, terwijl religie beoefend wordt voor groepen en binnen instituties. Daarnaast zouden magische praktijken heimelijker zijn en zich meer bedienen van nauwelijks verstaanbare spreuken terwijl religieuze teksten vaak duidelijk uitgesproken of gezongen worden.[22]

Magie, religie en wetenschap hebben sinds de oudheid naast elkaar bestaan, vaak met eigen vormen van rationaliteit.[23] Ze beïnvloedden elkaar echter ook, zie Westerse esoterie.
Kenmerken
Pentagram uit Heinrich Cornelius Agrippa's De occulta philosophia libri tres. De symbolen in de cirkel staan voor Mars, Jupiter, Saturnus, Mercurius en Venus. In de buik staat het teken voor Zon, en onder het kruis staat het teken voor Maan. Samen waren dit de zeven klassieke planeten. Naast het pentagram is ook een kruis getekend: de vier elementen.

Omdat magie van alle tijden is en overal ter wereld voorkomt, kent ze een grote verscheidenheid aan vormen. Desondanks kunnen enkele algemene kenmerken onderscheiden worden. De basiselementen van magie zijn de magiër, de magische handeling en de magische voorstelling.[1] De magiër is de specialist die magische handelingen uitvoert op basis van bepaalde kennis en vermogens. Hij kan een leek zijn, maar ook een priester of vakman. In bepaalde culturen is magiebeoefening zelfs het alleenrecht van een bepaalde groep, zoals de Brahmanen in de Vedische religie.[2] In stamsamenlevingen op onder andere Papua Nieuw Guinea en de Melanesische eilanden zijn het alleen voorname individuen die magische vermogens bezitten.[24] In verschillende culturen wordt verschillend gedacht over hoe magiërs hun vermogens krijgen. Ze kunnen bijvoorbeeld geboren zijn in bepaalde magiërfamilies en erven zo hun vermogens, zoals de zogeheten Ohja's en Baiga's in India. Tevens kunnen ze verkregen worden door middel van initiatie in bepaalde kringen, zoals geheime genootschappen. Een andere mogelijkheid is dat ze (tijdelijk) verkregen worden middels spiritueel contact met specifieke dieren, bepaalde diersoorten of voorouderlijke geesten. Dat contact kan in de vorm van bezetenheid zijn. Aansluitend kunnen het dieren of geesten zijn die kennis en de roeping tot magiër juist openbaren aan het individu.[6]

Magie is traditioneel. De magische handeling heeft doorgaans een ritueel karakter.[25] Men kan niet zomaar wat doen in de hoop op een gunstig effect. Er bestaan tradities, zij het van volkse aard of van geleerde aard. Er zijn bepaalde protocollen die gevolgd moeten worden, en soms zijn die zover uitgewerkt, dat ze complete handboeken beslaan. Dat zijn de zogeheten grimoires. De magiër dient voor de effectiviteit van de magie rekening te houden met de tijd en de plaats van het ritueel. Soms moet iets overdag of juist 's nachts gedaan worden, of op een bepaalde datum. De locatie is bijvoorbeeld een afgesloten kamer, een tempel of een rustig, braakliggend stuk land. Het rituele karakter komt verder nog tot uiting in dieetvoorschriften, seksuele onthouding, spreuken, symbolen van allerlei aard, ingrediënten, instrumenten, bewegingen zoals gebaren en dans en tot slot reinigingsriten. Die dienen voor de directe omgeving, voor het eigen lichaam en voor de geest.

Rituelen hebben betekenis. Ze laten ideeën zien door die op een bepaalde manier te vertalen. Zodoende laat ook magie allerlei ideeën of voorstellingen zien. Er zijn bijvoorbeeld wetten in de natuur op basis waarvan de magie zou werken. Van wezenlijk belang is ook de notie van sympathie,[26] die staat voor de directe samenhang van alles in de kosmos door middel van occulte relaties. Die relaties zijn abstract en niet zintuiglijk waarneembaar, maar zorgen ervoor dat objecten/fenomenen elkaar, zo meent men, kunnen beïnvloeden. Sympathie duidt in deze context op 'samenhang'. Daarvan bestaan drie soorten relaties, namelijk gelijkheid, tegenstelling (antipathie) en contact. Het gelijke beïnvloedt het gelijksoortige (sympathische magie); iets beïnvloedt precies het tegenovergestelde; als iets in contact komt met iets anders, dan wordt het op magische wijze beïnvloed door dat andere.[7] Het voodoo-poppetje is een voorbeeld van laatstgenoemde contactmagie. Het figuurtje krijgt langs magische weg een verband met de persoon waar het voor staat. Magische middeltjes op basis van de signatuurleer illustreren voorts gelijkheid: een blad heeft de vorm van de lever, en dus werkt het tegen leverkwalen. Daarnaast hangt de holistische voorstelling van de kosmos samen met universele sympathie (zo boven, zo beneden): de hemelsferen beïnvloeden het ondermaanse, en de macrokosmos (natuur) is een weerspiegeling van de microkosmos (mens). De stoïcijnse filosoof Posidonios van Apamea (ca. 135-ca. 50 v.Chr.) introduceerde dat begrip.[27] Ook in moderne theorievorming is het begrip sympathie opgepikt. Voor Frazer was het principe fundamenteel voor magie, een stelling die nog steeds geaccepteerd is.[28]

Belangrijk voor (rituele) handelingen is het nabootsen, doen verdwijnen of overbrengen van bepaalde eigenschappen. Die gedachte ligt ten grondslag aan contactmagie. Riten op basis van tegenstelling laten feitelijk een strijd zien tussen twee eigenschappen (vuur bestrijdt bijvoorbeeld water). Bij sympathetische handelingen worden eigenschappen nagebootst en overgenomen. De zon wordt bijvoorbeeld als vuur voorgesteld, en dus helpt vuur bij zongerelateerde zaken.[29] Het overbrengen en afweren van eigenschappen staat centraal bij amuletten. Nadat die op rituele wijze vervaardigd zijn, hebben ze een welbepaalde, langdurige werking voor de drager en zijn de rituelen niet meer nodig. Eigenschappen kunnen overgedragen en afgeweerd worden via een bepaalde kracht. Een bepaalde eigenschap kan van hogere machten komen en aangeroepen worden door bijvoorbeeld een god of diens naam op een amulet weer te geven. Ook kan de kracht onpersoonlijk zijn, wat mana genoemd wordt in de antropologie.[30] Onpersoonlijke kracht kan van sterrenbeelden afkomstig zijn, maar kan ook in specifieke objecten huizen.

Omdat magische rituelen en middelen bepaalde betekenissen hebben en verwijzen naar bijvoorbeeld relaties of hogere machten, is magie sterk symbolisch van aard. Ze werkt bij voorkeur met symbolen, en niet zozeer met concepten.[31] Specifieke klanken, tekens, gebaren enzovoort moeten leiden tot een bepaald effect, doordat zij verwijzen naar iets wat gewenst of ongewenst is. Zo kan een magisch amulet het uiterlijk hebben van datgene waartegen het moet beschermen. Magie wordt daarom 'symbolisch gedrag' genoemd.[32]